Klasatlas 5e/6e leerjaar

In onze leefgroep zal bij alle lessen het 
zelfstandig werken en plannen een belangrijke plaats innemen. Leren leren zal een rode draad vormen doorheen alle vakken. We gaan elkaar daarbij helpen want samen weet en kan je veel meer! 

Om goed te kunnen werken moet je je 
goed in je vel voelen. Daarom gaan we veel met elkaar praten zodat we elkaar kunnen helpen bij problemen. Ook houden we rekening met elkaars interesses, want wat je interesseert doe je beter. Heb je een idee, een pluim of een klacht? Is je onderzoek klaar om naar de groep te brengen? Tijdens kringmomenten en klasraden kan iedereen van zich laten horen.

Als we onze week goed plannen en deze planning ook goed volgen is er ook nog voldoende ruimte voor 
ontspanning: kruip gezellig met een boek in de leeshoek, speel een gezelschapsspel, start een nieuw onderzoekje, leef je helemaal uit in een atelier, breng je muziekinstrument mee, … of we gaan gewoon lekker ravotten in ons bos.


Een weekje in 5e/6e leerjaar



We starten elke dag met een themakring: Ideeën, weetjes, … worden uitgewisseld en kunnen leiden tot individueel onderzoek, projecten, ateliers of andere activiteiten.
  • plankring: planning contract
  • muze- en boekenkring: zingen, dansen, muziek maken, muziek beluisteren, boekenpromoties, stukjes voorlezen uit hun lievelingsboek,…
  • tekstenkring: bespreken eigen en binnen gewaaide teksten
  • mediakring: wat gebeurt er in de wereld
  • klasraad: In de wekelijkse klasraad bespreken de kinderen en de leerkracht de klaswerking. De klasraad heeft een vaste vergaderstructuur die steeds gevolgd wordt: verslaggever / gespreksleider / aanwezigen en afwezigen / aanvangstijdstip / verslag vorige klasraad / ideeën / pluimen / klachten / tijdstip einde. Kinderen leren dat we samen verantwoordelijk zijn voor het samenleven en werken met elkaar in de klas. We moeten allemaal zorgen dat iedereen het goed heeft. Hiervoor is democratisch overleg de beste werkvorm. Een verslag van de klasraad verschijnt op de website. (dit is een onderdeel van de klaskrant)

Na de kring zijn er korte
instructiemomenten:
  • aanbieding en inoefening nieuwe leerstof
  • leerontdekkingen worden vastgelegd in een onthoudschrift

Na de speeltijd is er de verzamelkring:
  • De kinderen brengen hun onderzoekjes voor in de kring, we geven door aan de anderen wat we ontdekt hebben.
  • Tijdens alle kringen is er ook steeds tijd om te plannen: dagplan / weekplan bespreken, zaken noteren op de muurkrant of in de koelkast, data prikken voor ateliers, bezoeken van experts, ….
  • Al de kringen zijn tevens een 'uitlaatklep' voor de kinderen. De kinderen leren zich uiten en uitdrukken, luisteren naar elkaar en reageren op elkaars verhalen, kunnen hun gevoelens kwijt en leren zich inleven in de gevoelens van anderen. Conflicten worden besproken en uitgeklaard zodat we weer optimaal kunnen samenwerken.


Dan zijn de vrije werktijden aan de beurt:
  • Iedereen werkt zijn contract individueel af tegen de afgesproken datum.
  • Planning: als je de kinderen, stap voor stap, hun leerproces in eigen handen wil geven, is er nood aan structuur en duidelijke planning. Via dag- en weekplannen leren ze greep krijgen op de tijd en leren ze deze tijd planmatig gebruiken. Het dag- en weekplan bestaat uit vaste leermomenten, zoals zwemmen, instructiemomenten taal en wiskunde, vrije werktijd, kringen, klaskrant, maar ook activiteiten die samen ingepland worden. Er zijn individuele en groepsactiviteiten. De planning hangt aan de muur en biedt op deze manier houvast de hele week door. Via de planning en het inbouwen van individuele contracten hebben we hulpmiddelen om te kunnen omgaan met niveauverschillen tussen de kinderen.
  • moet taken: individuele inoefening en/ automatisering van leerstof afhankelijk van de kennis en vaardigheden van het individuele kind, vrije tekst maken
  • moet hoeken: computerhoek, oefenhoek, leesmuur, …
  • mag taken: ontspanning en toch leerzaam: vrije expressie, schaken, leren typen, xylofoon spelen, lego bouwen, …
  • onderzoekjes: we gaan samen op ontdekking: hoeveel wegen de boekentassen van de klas, wat is het gemiddelde, wat mag een boekentas wegen, maak een dobbelsteen uit papier, wat is de afstand naar het zwembad, hoeveel tijd hebben we daarvoor nodig als we 13 km/u fietsen, bereken de oppervlakte van de speelplaats, hoe werkt een sneeuwkanon, wat zijn aanhalingstekens, wat kost een uitstap naar Technopolis, … De onderzoekjes groeien vanuit de belangstelling van de kinderen. De kinderen werken deze onderzoekjes uit tijdens de vrije werktijd en maken hierbij een schriftelijke neerslag. De kinderen werken indidvidueel, in duo of in een klein groepje. De resultaten van het onderzoek worden naar de groep gebracht tijdens één van de kringen. De dingen wie we willen onthouden leggen we vast.
  • leren plannen: kinderen plannen wanneer ze wat zullen doen en volgen deze planning
  • we helpen elkaar indien nodig en we gaan samen op onderzoek
  • elke week werken de kinderen aan een vrije tekst. Via het maken van vrije teksten stimuleren we kinderen om zich schriftelijk te uiten. Indien teksten een bepaalde functie krijgen zijn kinderen (nog) meer gemotiveerd om te schrijven, vb. een tekst voor de klaskrant, een affiche voor een schoolfeest, een recept voor een atelier koken, een brief voor de ouders, een vervolgverhaal, een onderzoeksfiche met het resultaat van een onderzoekje, …. Alle teksten worden opgehangen aan de leesmuur zodat klasgenoten de teksten kunnen lezen. Tijdens de wekelijkse tekstenkring worden teksten besproken wat betreft inhoud, spelling, opbouw en lay-out. De teksten van de kinderen worden tevens gebruikt als didactisch materiaal bij instructie- en/of inoefenlesjes taalbeschouwing en/ of spelling

Project:
Het komt voor dat een onderzoeksvraag de belangstelling wekt van de hele groep en dat daaruit een 
project voortvloeit. Er wordt dan een plan opgesteld waarin genoteerd wordt wat de kinderen willen leren met hun hoofd (kennis), met hun hart (sociaal-emotioneel) en met hun handen (doen). De leerkracht begeleidt het keuze- en uitvoeringsproces en bewaakt de link met het leerplan en de kwaliteit van het project. Elk duo of groepje werkt aan het project, zorgt voor een neerslag of een activiteit m.b.t. zijn bevindingen (tentoonstelling, mindmap, power point, lied, quiz, tekening, …) en brengt deze naar de groep. De dingen die we willen onthouden leggen we vast.

We sluiten de dag af met een kring: samen praten over hoe we ons voelen, misschien kunnen we elkaar helpen als het minder gaat. Op vrijdag maken we steeds een klaskrant. Wekelijks wordt er door de kinderen en de leerkracht een klaskrant gemaakt. In deze krant kan je lezen wat de kinderen de voorbije week heeft bezig gehouden, wat ze ontdekt hebben, welke uitstappen er gepland zijn, naar welke materialen ze op zoek zijn, …. De ouders kunnen de klaskrant lezen op de website en worden op die manier betrokken bij het klasgebeuren.

Op vrijdag is er ook tijd voor muzische vorming.
We werken rond de 5 verschillende domeinen: drama, beweging, muziek, beeld en media. De leerkrachten zijn expert in hun domein. Alle klassen werken rond al deze verschillende domeinen met behulp van een doorschuifsysteem met de hele school.

De wereld wordt in de klas binnengebracht via ateliers. Een atelier wordt geleid door een expert, door een persoon die iets heel goed kan of heel veel weet over iets en die expertise wil overbrengen naar de groep. Die experts kunnen kinderen zijn, ouders, oma’s en opa’s, tantes en ooms, buurman, kennis van een kennis, ….Enkele voorbeelden van ateliers zijn: intuitief schilderen, een belastingsexpert op bezoek, cupcakes bakken, muziek maken, de imker op bezoek, bloembollen planten, dansen, ….

Elke week wordt er ook 
geturnd en is er tijd voor godsdienst en zedenleer. Om de 14 dagen gaan we zwemmen in de Sportoase.

Wat zit er steeds in onze 
boekentas en gaat alle dagen over en weer mee naar huis?
  • Een agenda die alle dagen gehandtekend wordt door de leerkracht en de ouders.
  • onthoudkaft waar je regelmatig uit moet studeren. Hierin kunnen de ouders goed meevolgen wat we allemaal doen in de klas en waar er nog extra op moet geoefend worden.
Dit blijft op school en wordt af en toe meegenomen naar huis:
  • Een kaft met alle afgewerkte taken erin.
  • 2 apart mapjes voor de TWJK en de rapporten.